Opleidingsplaatsen

 

Alle opleidingen tot verloskundige in Nederland leiden op tot hetzelfde beroep, dat van verloskundige. Er wordt veel samengewerkt en overlegd tussen de opleidingen onderling, maar ook met bijvoorbeeld de beroepsorganisatie KNOV.

De onderwijsprogramma’s van de drie opleidingen zijn gebaseerd op het beroepsprofiel verloskundige (KNOV, 2005). Hierin is te lezen welke rollen de eerstelijns verloskundige vervult en wat de kernkwaliteiten zijn.

Direct vanaf het begin van de opleiding staat het verloskundig handelen centraal. Op basis van een programma waarin binnenschools en buitenschools leren elkaar afwisselen wordt de student steeds vaardiger en verantwoordelijker in haar handelen. Circa 50% van de opleiding vindt plaats in de vorm van praktijkstages. Tevens hechten de opleidingen veel waarde aan de wetenschappelijke onderbouwing van het medische handelen (evidence based medicine).

Na afronding van de studie ben je een zelfstandige medische professional die vrouwen begeleidt voor, tijdens en na hun bevalling. Je mag je inschrijven bij het BIG-register als bewijs dat je voldoet aan de wettelijke beroepseisen voor het medische handelen van de verloskundige.

Vanaf 1 september 2008 is het verloskunde onderwijs overgegaan van het Ministerie van VWS naar het Ministerie van OCW. De opleidingen vallen nu onder de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) en zijn aangesloten bij een instelling voor Hoger Onderwijs. Zo ontstaan er nog sterkere samenwerkingsrelaties met universitaire centra en hogescholen, dan voorheen al het geval was.