Werken in het ziekenhuis
Werken in het ziekenhuis: zelfstandig, maar veel in overleg
Ien van der Woerdt werkt als klinisch verloskundige in het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht. Voorheen heeft ze ook waargenomen in solo- en groepspraktijken en in een maatschap gewerkt. Al die ervaringen komen haar nu alleen maar van pas, vindt ze.
Als leerling-verpleegkundige merkte Ien van der Woerdt dat het werken op de verlosafdeling haar wel lag en zo startte ze na haar verpleegdiploma met een opleiding tot verloskundige. In 1989 studeerde ze af aan de toenmalige opleiding in Heerlen. Tussen 1990 en 1997 werkte ze op diverse plaatsen, zowel in solopraktijken als in een maatschap met twee andere collega's. Op een gegeven moment maakte ze de overstap naar de tweede lijn: "Ik wilde mijn kennis en mijn werkzaamheden uitbreiden. Het leek me leuk om te werken met zwangeren die onder begeleiding staan van de gynaecoloog en die - zoals dat heet - onder bewaking bevallen. Je bent dan toch weer op een andere manier met je vak bezig. Maar ook het werken in een groter team trok mij aan."
In de eerstelijn praktijk moet je er nog wel eens bij nacht en ontij uit, maar in een ziekenhuis is dat anders geregeld. "Wij werken in diensten van 8 uur. Je doet wel alles, dus avond-, dag- en nachtdiensten. Bij een bevalling werk ik nauw samen met een gynaecoloog in opleiding, de verpleegkundige van de afdeling en een collega-verloskundige. Op 'de achterwacht' is er dan ook nog de gynaecoloog. Je werkt zelfstandig, maar doet veel in overleg." Ien heeft wel veel aan haar eerdere ervaringen, vertelt ze. "Ik heb daar heel veel geleerd en kan op die manier ook de vele co-assistenten en arts-assistenten die hier werken, een extraatje mee geven. Ik vind het een verrijking voor mijn werk hier."